Home

Laatste logjes

Goede Vrijdag
De branding vanuit vogelp…
Fruitbloesem en bijen
Mollenbestrijder en bestr…
Feest
Maastricht
Ode aan de magnolia

Laatste reacties

Tiny: Heel mooi, vanuit dit sta…
willy: prachtige reeks Jetske en…
marjolein vd foto…: Maar dan wel laagvliegers…
klaproos: leuk gedaan jetske, en …
Jan K. alias Afan…: Je bent een boefje ... …
Hanny: Hahaha, zo lust ik er nog…
Hanny: De foto's die je gemaakt …
Henk Jonkvorst: Onderste foto bewijst dat…
Henk Jonkvorst: Ben ik met je eens Jetske…
Jetske: @Klaproos, de website Nat…

Categorieën

Bloemen, planten en bomen
Dieren
Diversen
Druppels
Gezin en familie
Het weer
Insecten
Koken en eten
Landschap en natuur
Macro-opnames
Onze tuin
Portret
Steden en dorpen
Vakantie
Vroeger

Archieven

Apr 2014
Mrt 2014
Feb 2014
Jan 2014
Dec 2013
Nov 2013
Okt 2013
Sep 2013
Aug 2013
Jul 2013
Jun 2013
Mei 2013
Apr 2013
Mrt 2013
Feb 2013
Jan 2013
Dec 2012
Nov 2012
Okt 2012
Sep 2012
Aug 2012
Jul 2012
Jun 2012
Mei 2012
Apr 2012
Mrt 2012
Feb 2012
Jan 2012
Dec 2011
Nov 2011
Okt 2011
Sep 2011
Aug 2011
Jul 2011
Jun 2011
Mei 2011
Apr 2011
Mrt 2011
Feb 2011
Jan 2011
Dec 2010
Nov 2010
Okt 2010
Sep 2010
Aug 2010
Jul 2010
Jun 2010
Mei 2010
Apr 2010
Mrt 2010
Feb 2010
Jan 2010
Dec 2009
Nov 2009
Okt 2009
Sep 2009
Aug 2009
Jul 2009
Jun 2009
Mei 2009
Apr 2009
Mrt 2009
Feb 2009
Jan 2009
Dec 2008
Nov 2008
Okt 2008
Sep 2008
Aug 2008

Jetske Fotografie


Klik op de foto voor meer informatie.

Mailen?

Klik hier om een mail te versturen.

Rss etc.

Powered by Pivot - 1.40.6: 'Dreadwind' 
XML: RSS Feed 
XML: Atom Feed 

Grote grazers op Texel

Zaterdag 01 Maart 2014 om 12:06

De natuurgebieden op Texel worden onderhouden door grote grazers. Afgelopen zomer liet ik er ook al een serie over zien.




Ze zijn toeristen gewend. Ze liggen nog net niet op de weg.




Tijdens het wandelen is het wel uitkijken geblazen.


Gelukkig zijn hun uitwerpselen wat kleiner, alhoewel ik ook hun uitwerpelen liever niet op mijn hoofd krijg.

De Groote Peel

Donderdag 14 November 2013 om 21:11

Eind oktober waren mijn eega en ik een weekendje weg naar Noord-Brabant. Op een prachtige najaarsdag bezochten we het Nationaal Park De Groote Peel.


Bij het Buitencentrum parkeerden we onze auto en kozen voor een wandelroute van zes kilometer. Bij dit centrum fotografeerde ik ná de wandeling de acht informatieborden. De teksten heb ik verwerkt in de fotoserie. Ik koos voor één fotoserie, het is nu wel een lange serie geworden, maar dan zijn jullie ook weer een tijdje van mij af...


Nationaal Park De Groote Peel is een hoogveengebied waar turfstekers plaats hebben gemaakt voor wandelaars en vogels. De rust en de weidsheid herinneren aan het vroegere veen. Het landschap bestaat uit een afwisseling van veenmoerassen, plassen, heideterreinen en zandruggen. De Groote Peel is in 1993 uitgeroepen tot Nationaal Park.


Tot halverwege de negentiende eeuw is de Peel een landschap dat bestaat uit hoogveen, moeras en heide. De naam "Peel" is waarschijnlijk afgeleid van het Romeinse "Locus Paludosus", wat "Moerassige streek" betekent.


Het beheer van dit gebied is erop gericht de hoogveenontwikkeling weer op gang te brengen. Zorg voor voldoende water van goede kwaliteit is daarbij van het grootste belang. Hoe nat het gebied ook lijkt, het heeft wel degelijk last van verdroging. Er lekt teveel water weg naar de omgeving. Om dat tegen tegen gaan zijn er dammen in het gebied aangebracht en is er een scherm in de boden aangebracht. De eerste resultaten zijn bemoedigend, op veel plaatsen groeit weer veenmos. In de toekomst zijn er nog meer maatregelen nodig om hoogveenontwikkeling te stimuleren.


Het verhaal van de Peel begint na de laatste ijstijd, tienduizend jaar geleden. Het klimaat werd warmer en natter. In de Peel ontstond moeras, waarin zich een begroeiing van moerasplanten ontwikkelde, waaronder veenmos, de belangrijkste plant van het hoogveen. Jaarlijks stief een deel van de planten af, bleef in het water achter maar verteerde nauwelijks. Erop groeiden nieuwe planten. Een hoogveen bestaat uit een laag dode planten, de in dikte toeneemt, naarmate het gebied ouder wordt. Veenmos heeft geen wortel, het voedt zich door regenwater via het blad op te nemen. Het veen van de Peel heeft er duidenden jaren over gedaan om een dikte van vijf tot zes meter te bereiken. Onder sommige Peelbanen zit nog veen, je voelt het veren onder je voeten.


"Gezegend is het volk dat zijn moer (veenslik) verbrandt", zo dichtte Vondel in de Gouden Eeuw. Sinds de mensen ontdekten dat gedroogd veen kon branden, werd het gebruikt als brandstof. Zo ook in de Peelstreek. Omstreeks 1850 begon de grootschalige turfwinning. In ongeveer 100 jaar is de meeste veen afgegraven. Eind maart begon met met het steken van turf en dat ging door tot in juli. Na het steken moest de turf in het veld nog drogen. Daarvoor werd het op stoeken gezet, dat waren ronde turfstapels waar de wind doorheen kon blazen.


Voor de veenvorming groeiden op sommige plaatsen in de Peel bomen. Later werden die opgeslokt door het veen. Ze gingen dood, vielen om en verdwenen in het veenpakket. De turfstekers kwamen deze later tegen. De stammen werden meegenomen om te verbranden. De stobben bleven vaak zitten, het zogenaamde kienhout. Vanwege het kienhout werden op sommige plekken het veen niet gestoken maar gebaggerd. Het Meerbaansblaak is zo ontstaan.




De Groote Peel is een aaneengesloten natuurgebied van 1400 hectare en een uniek wandelgebied. De knuppelbruggen over water en moeras bieden een onvergetelijke ervaring.




Dwars door De Groote Peel loopt de provinciegrens tussen Branbant en Limburg. De zichtbare verschillen tussen het Brabantse en Limburgse landschappen zijn ontstaan door turfwinning. In Limburg werd door individuele turfstekers turf voor eigen gebruik gestoken. Daardoor ontstonden eendagsputten, net zo groot als één man in één dag kon steken. Het afvoeren van de turf gebeurde via de Peelbanen, in het veen uitgespaarde paden. Het zijn de wandelpaden van nu. Aan de Brabantse kant startte de Maatschappij Griendtsveen eind negentiende eeuw met grootschalige vervening. De veenarbeiders kwamen uit de Groningse en Drentse Veenkoloniën en hadden ervaring. Het gebied werd eerst ontwaterd door het graven van greppels en vaartjes. Hele stukken werden tot op de laatste turf afgegraven. De oorspronkelijke zandlagen kwamen aan de oppervlakte. Nu zijn het heideterreinen. Ook de grote waterplassen zijn ontstaan door afgravingen. De vaartjes, nu nog op verschillende plaatsen te zien, werden gebruikt voor de afvoer van turf. Er zijn aan de Brabantse kant maar weining Peelbanen.


De rust, de afwisseling van het landschap, het vele water en de uitgestrektheid maken De Groote Peel uitermate geschikt voor vogels. Er broeden ruim 90 soorten. Het gebied is vooral van belang voor moeras - en watervogels. En voor vogels die leven in landschappelijk open gebieden zoals: dodaars, geoorde fuut, roerdomp, grauwe gans, bruine kiekendief, blauwborst en roodborsttapuit.


Naast de broedvogels is De Groote Peel ook een pauzeplek voor doortrekkers. In oktober, november en maart pleisteren er regelmatig kraanvogels. Grote groepen ganzen zijn in de winter te gast. Ook de klapekster behoort tot de vaste wintergasten.


De belangrijkste hoogveenplant is het veenmos. Andere hoogveenplanten zijn: zonnedauw, lavendelheide, kleine veenbes, witte snavelbies, eenarig wollengras en veenpluis. Op de droge delen van De Groote Peel groeit struikheide met hier en daar klokjesgentiaan en grote wolfsklauw.


De Groote Peel kent en groot aantal soorten vlinders, waterjuffers en libellen. Daar zitten bijzondere soorten bij zoals het spiegeldikkopje, bont dikkopje, Noordse witsnuitlibel, en de bruine waterjuffer.


Bijzondere bewoners van de Peel zijn de gladde slang, de levendbarende hagedis en de heikikker. De Amerikaanse hondsvis is de enige vissoort die in het zure peelwater kan leven. Hij is van belang als voedsel voor visetende vogels zoals de roerdomp en de fuut. De zoogdieren die er voorkomen zijn o.a. het ree, diverse soorten vleermuizen, wezel, hermelijn, woelrat, bunzing en sinds enkele jaren ook het wilde zwijn.


Nog een macro van de laatste insect van dit jaar...


...en we waren na een wandeling door een schitterend natuurgebied weer gearriveerd bij ons beginpunt.

Museum Oriëntalis

Zaterdag 12 Oktober 2013 om 16:51

Een maand geleden verbleven mijn eega en ik een lang weekend in de streek "De zeven Heuvelen" nabij Nijmegen. Tijdens dat verblijf bezochten we Museum Oriëntalis in het plaatsje Heilig Landstichting. Het Museumpark biedt een veelzijdige kijk op de drie religies: het jodendom, het christendom en de islam.

Het hoofdgebouw vormt de voorhof en het voorportaal van de - nooit afgebouwde - Heilig Hartbasiliek. Het zou een grote kruiskerk worden met vier hoektorens en een koepel. Voor de stijl van het gebouw grepen de architecten terug op de architectuur van Turkije en het Midden-Oosten. Ook de kerken uit de Romaanse periode vormden een bron van inspiratie.
Het gebouw wordt nu gebruikt als expositieruimte.


Een voorbeeld van het jodendom is deze chanoekka-kandelaar.
Toen Judas de Makkabeeër de afgodsbeelden uit de tempel verwijderde, vond men in een hoek slechts één kruikje reine olie, genoeg voor één dag. De gewijde olie was nodig voor de Menora, de eeuwig brandende lamp. God echter liept de vlam acht dagen branden, dat was de tijd die men nodig had om nieuwe olie te wijden. Ter herinnering aan dit wonder steekt men bij het chanoekka-feest bij het vallen van de avond kaarsen aan, op de eerste dag één kaars en op iedere volgende dag één kaars meer. Lees bijvoorbeeld ook hier.


Een voorbeeld van het christendom is de doornenkroon en een nagel. Voordat Christus werd gekruisigd moest hij een doornenkroon dragen. Toen hij aan het kruis werd geslagen werden Zijn handen en voeten doorboord met nagels.
Bij deze vitrine heb ik het langst gestaan...


Beth Juda werd gebouwd naar het voorbeeld van het dorp El Hasson, wat ligt in het huidige Jordanië. Dorpen zoals dit vind je in het hele Midden-Oosten. De eenvoudige huizen werden dicht tegen elkaar aangebouwd en liggen tegen de heuvels aan. De straten zijn smal en lopen mee met de vorm van de huizen. De huizen hebben relatief dikke muren en kleine vensteropeningen. Zo blijft de warmte buiten. Het leven speelde zich grotendeels buiten af, niet alleen op straat, maar ook op de platte daken van de huizen.


De architect Piet Gerrits hield zich bezig met de inrichting van het terrein en ontwierp de verschillende gebouwen, beelden en reliëfs.






Na een lange reis kwamen we aan bij de Karavanserai. Deze is gebouwd naar een voorbeeld in Jordanië. Een Karavanserai diende als slaapplaats voor reizigers. Hier waren ze beschermd tegen wilde dieren en rovers. Op de bovenverdieping en achter de deuren in de achtermuur waren de kamertjes voor de wegestelde reizigers. De meeste mensen sliepen op de banken onder de galerijen. De dieren overnachtten op de binnenplaats. In de herberg zorgde iedereen voor zijn eigen eten.


We werden daar hartelijk verwelkomd en kregen een kopje kruidenthee, gemaakt van verse kruiden.


Nadat ook onze kamelen waren verzorgd trokken we verder. We kwamen aan bij een Arabisch dorp.


Dit dorp kenmerkte zich door de invloeden van de islam. Toen de vrouw zag dat ik een foto maakte bedekte ze haar gezicht met haar hoofddoek.


Na weken reizen kwamen we aan in een Romeinse stad. Op het plein was het heel rustig.


We zagen daar prachtige muurschilderingen.


We werden gadeslagen door drie mannen met fijnbesneden gezichten.


Vanaf de Romeinse stad reisden we via de woestijn terug. Onze laatste pleisterplaats was bij de bedoeïenen aan de rand van de woestijn.
Het Joodse volk vindt zijn basis in de nomandencultuur van de Aartsvaders. Hun bestaan eiste gemakkelijk te verplaatsen onderkomens, de tenten. Het tentdoek bestond uit banen stof van geitenhaar van 70 cm breed en zeven meter lang. Bij regen zwol dit op en werd de tent waterdicht. Warmte deed het doek krimpen, het tentdoek spande zich dan en zo kon er koele wind doorheen blazen. Aan de voorkant was de tent open. Aan de linkerkant was het vertrek van de mannen en rechts dat van de vrouwen. Het middendeel diende voor de ontvangst van gasten. De nomanden kwamen regelmatig op hun oude pleisterplaatsen terug. Daar lagen de waterputten die zij als hun eigendom beschouwden. Ook lagen daar de graven van hun voorvaderen, aangeduid door een rechtopstaande steen. De bedoeïenen van Syrië, Israël en Jordanië zijn meestal halfnomaden. In de zomer werken zij als boeren op het veld en in de winter trekken ze rond emt hun tent langs de randen van de woestijn.
Na een warm afscheid trokken we met onze kamelen verder voor het laatste deel van de reis. Toch typisch dat onze kamelen bandensporen achterlaten in het zand. ;-)


Het bezoek aan het museum was echt de moeite waard. Het weer van toen is te vergelijken met het weer van vandaag. Wellicht met een zonnetje erbij was het nog mooier geweest, we waren echter allang blij dat we niet de voorspelde regen hebben gehad.
Allemaal een fijn weekend gewenst.

Ondergaande zon als Omega teken

Zondag 06 Oktober 2013 om 19:52

Tijdens onze vakantie op Texel gingen we iedere avond naar het strand om te genieten van de zonsondergang. In ons land zakt de zon meestal in een wolkenband alvorens achter de horizon te verdwijnen. Op een avond hadden we geluk en was er boven de horizon geen wolkenband.


We zagen de zon de vorm aannemen als het Omega teken. Deze vorm van de zon is een waarneming ontstaan door atmosferische refractie.


In oktober 2011 heb ik dit verschijnsel ook vast kunnen leggen. Het fenomeen heb ik in dit log laten zien en beschreven.


Deze keer had ik helaas geen telelens mee.


Lichtstralen die via de atmosfeer tot het aardoppervlak doordringen, veranderen van richting en worden gedeeltelijk ontbonden, verstrooid en geabsorbeerd in de atmosfeer. Het gevolg is dat de positie van een hemellichaam hoger boven de horizon waargenomen wordt dan het in werkelijkheid is.


Bijzonder dat je naar de zon staat te kijken terwijl deze al achter de horizon is verdwenen.




Tot slot nog een tekening waarbij het fenomeen wordt verduidelijkt.


Ook nu met dank aan onze vriend, tevens (amateur) astronoom.

De witte toren van Den Hoorn

Dinsdag 01 Oktober 2013 om 22:47

Onze vakantie op Texel brachten we door op een camping nabij Den Hoorn
Texel is bekend om de bollenteelt. De bloembollen werden hier geoogst.


Den Hoorn is bekend om zijn kerk met de witte toren. Deze wat hoger gelegen kerk met toren is een blikvanger op Texel.


Gewapend met camera maakte ik enkele fiets - en wandeltochten in de omgeving van Den Hoorn. Ik besloot een logje te maken waarbij de witte toren op iedere foto terugkomt.


Texel is bekend om de schapen en de houtwallen. Texel is een eiland om per fiets te verkennen.


De balen stro liggen klaar om straks de bloembollen te beschermen tegen de winterkou.


De mariniers hadden op Texel een meerdaagse oefening.




Tijdens mijn klim door de duinen keek ik regelmatig achterom naar de toren.






Onderstaande foto maakte ik tijdens mijn "jacht" op de duinparelmoervlinder. Het rode licht op de toren wat je kunt zien vanuit een bepaalde positie is een baken voor de scheepvaart. Ik kon de toren niet dichterbij halen, want ik had niet meer tele bij me dan de 100 mm macrolens.


En tot slot de volle maan bovenop de spits, vastgelegd tijdens het blauwe uur.

Volgende 5