Home

Laatste logjes

Sperwer na de botsing
Een pad in de maïs
Spreeuw snoept van het fr…
Mist in De Weerribben 2
Mist in De Weerribben 1
Aardappels rooien, wassen…
Radio Kootwijk

Laatste reacties

Jan K. alias Afan…: Die onfortuinlijke botsin…
Bea: Prachtig!
Hanny: Een geluk bij een ongeluk…
Henk Jonkvorst: wat een sukkel ..........…
Harry Perton: Prachtserie.
klaproos: phew jetske ,wat een …
Hendrika: Wat een mooi verenkleed h…
willy: een geluk bij een ongelij…
aargh: Ik vraag me altijd af of …
m vd fotokraam: Geweldige actiefoto`s wee…

Categorieën

Bloemen, planten en bomen
Dieren
Diversen
Druppels
Gezin en familie
Het weer
Insecten
Koken en eten
Landschap en natuur
Macro-opnames
Onze tuin
Portret
Steden en dorpen
Vakantie
Vogels
Vroeger

Archieven

Okt 2014
Sep 2014
Aug 2014
Jul 2014
Jun 2014
Mei 2014
Apr 2014
Mrt 2014
Feb 2014
Jan 2014
Dec 2013
Nov 2013
Okt 2013
Sep 2013
Aug 2013
Jul 2013
Jun 2013
Mei 2013
Apr 2013
Mrt 2013
Feb 2013
Jan 2013
Dec 2012
Nov 2012
Okt 2012
Sep 2012
Aug 2012
Jul 2012
Jun 2012
Mei 2012
Apr 2012
Mrt 2012
Feb 2012
Jan 2012
Dec 2011
Nov 2011
Okt 2011
Sep 2011
Aug 2011
Jul 2011
Jun 2011
Mei 2011
Apr 2011
Mrt 2011
Feb 2011
Jan 2011
Dec 2010
Nov 2010
Okt 2010
Sep 2010
Aug 2010
Jul 2010
Jun 2010
Mei 2010
Apr 2010
Mrt 2010
Feb 2010
Jan 2010
Dec 2009
Nov 2009
Okt 2009
Sep 2009
Aug 2009
Jul 2009
Jun 2009
Mei 2009
Apr 2009
Mrt 2009
Feb 2009
Jan 2009
Dec 2008
Nov 2008
Okt 2008
Sep 2008
Aug 2008

Jetske Fotografie


Klik op de foto voor meer informatie.

Mailen?

Klik hier om een mail te versturen.

Rss etc.

Powered by Pivot - 1.40.6: 'Dreadwind' 
XML: RSS Feed 
XML: Atom Feed 

Kootwijkerzand

Woensdag 24 September 2014 om 22:52

Een tijdje geleden verbleven we een aantal dagen in Hotel De Wageninsche Berg. Het hotel ligt op de zuidelijkste stuwwal uit de voorlaatste ijstijd. Hier staan we te wachten bij een veerpont aan de oever van de Nederrijn. Rechts op de foto staat het hotel.


Vanuit de tuin van het hotel heb je een prachtig uitzicht op o.a. de Nederrijn.


Vanuit het hotel maakten we een uitstapje naar Kootwijkerzand.


Een stukje historie. De heidevelden werden in de loop der jaren overbegraasd en werden intensief afgeplagd. Heideplaggen werden in de Middeleeuwen gebruikt in de poststal en als mest voor landbouw. Toen de heide te veel geplagd werd, konden de heides zich niet herstellen en er ontstonden vlaktes met stuifzand. De wind zorgde ervoor dat er op verschillende plekken duinen gevormd werden.


Zo ontstonden enorme zandverstuivingen die een bedreiging vormden voor de streek. In de Middeleeuwen werd zelfs het dorp Kootwijk door het stuivende zand bedolven.


Pas na de oprichting van het Staatsbosbeheer in 1899 werd het eeuwenlange gevecht tegen het stuivende zand gewonnen. Rond Kootwijk werden grote delen van de zandverstuivingen vastgelegd door de aanplant van honderdduizenden grove dennen. Boswachterij Kootwijk is dan ook één van de oudste natuurterreinen.


Het schrale landschap is ondanks het bewegende zand ook rijk aan karakteristieke flora en fauna. De vele sporen op het zand onthullen de aanwezigheid van reeën, edelherten en wilde zwijnen. Dassen zijn hier ook goed vertegenwoordigd.
Op het gebied van unieke planten komen we ruig haarmos, heidespurrie en zandzegge tegen. De laatste twee plantensoorten groeien als enige in de wereld in het Kootwijkerzand.


Ter gelegenheid van zijn honderdjarig bestaan heeft Staatsbosbeheer een uitkijktoren gebouwd aan de rand van Kootwijkerzand.
De toren is vanwege de onveilige situatie gesloten voor publiek.


Van het uitgestrekte stuifzandgebied is gelukkig een restant bewaard, het Kootwijkerzand. Deze dynamische zandverstuiving is bewaard vanwege zijn bijzondere landschaps- en natuurwaarden. Met zijn oppervlakte van 700 hectare is dit Kootwijkerzand zelfs het grootste zandstuifgebied van Europa. Kootwijkerzand wordt ook wel het Sahara van Europa genoemd.


Het natuurreservaat Kootwijkerzand is een aaneenschakeling van door wind gevormde zandduinen. Het bewegende zand wordt dagelijks gestoven. Er ontstaan nieuwe sierlijke ribbels en door de jaren heen zijn er bizar gevormde vliegdennen gaan groeien waarvan de wortels open gewaaid zijn.

Texel, 150 jaar vuurtoren

Vrijdag 12 September 2014 om 12:15

Vandaag neem ik jullie voor de laatste keer mee naar een zomers Texel.
De vuurtoren op Texel bestaat dit jaar 150 jaar. Vanwege die gelegenheid belichtte ik de vuurtoren met aan de voet de spelende en genietende mens. Tussen de foto's heb ik tekst geplaatst uit het "Krim Texel Magazine".


In 2014 is het 150 jaar geleden dat Texel een eigen vuurtoren kreeg. Dat gebeurde na een lobby die meer dan tien jaar duurde en onder leiding stond van Johannes Ludovicus Kikkert, die notaris was en lid van Provinciale Staten van Noord-Holland. Hij had de eer om op 1 november 1864 voor het eerst het licht te ontsteken. Het was niet alleen een kwestie van prestige dat Kikkert vond dat Texel een vuurtoren moest hebben. De vele ondieptes rond het eiland vormden een groot gevaar voor de scheepvaart. Er waren tijden dat er elk jaar meerdere schepen vergingen, niet zelden met man en muis.


De Eierlandsche vuurtoren is ontworpen door architect Quirinus Harder, die op 25 juli 1863 zelf de eerste steen legde. Het baken bestaat uit negen verdiepingen - met een totale hoogte van 35 meter - en staat op een 20 meter hoog duin.


Het licht brandt aanvankelijk op petroleum, maar in de loop der jaren worden meerdere verbeteringen en moderniseringen doorgevoerd. zo wordt de petroleum in 1010 vervangen door pharoline, een brandstof voor gloeilampen. In 1927 krijgt de vuurtoren een elektrische installatie. Een gloeilamp zorgt voor de dan forse lichtsterkte van 1.200.000 "kaars".


Tijdens de Eerste Wereldoorlog was het licht van de vuurtoren uit. Dat is nog niets vergeleken bij de rampspoed die zich in de Tweede Wereldoorlog voltrekt. Op 6 april 1945 komen 800 Georgische krijgsgevangenen in opstand. Tijdens een bloedige nacht doden ze bijna al hun Duitse superieuren.


Even lijkt Texel bevrijd, maar al snel komen uit heel Noord-Holland Duitse versterkingen aan land. De Georgiërs verzetten zich hevig, maar worden tijdens een drijfjacht in noordelijjke richting teruggedrongen. Zo'n 110 opstandelingen verschansen zich in de vuurtoren. Ook dit laatste bolwerk houdt geen stand. Tijdens een beschieting raakt de vuurtoren zwaar beschadigd. Iets meer dan de helft van de Georgiërs overleeft de verschrikking en geeft zich over, maar wordt daarna gefusilleerd.


In 1948 wordt begonnen met de renovatie. Rond het gehavende bouwwerkt worden ringen van beton aangebracht, waaromheen een nieuwe mantel van baksteen wordt gebouwd. Op 24 maart 1950 ontsteekt de directerur-generaal van het loodswezen het nieuwe kustlicht. Wie sindsdien de toren beklimt, kan halverwege een kijkt tussen beide muren nemen en de granaatinslagen van dichtbij bekijken.


Een misschien wel net zo groot gevaar vormt de zee. bij de bouw staat de toren maar liefst 3 kilometer van de vloedlijn, maar door kustafslag bedraagt die afstand in 1898 nog maar 1 kilometer. Tijdens de herbouw in 1949 zijn de golven nog 250 meter weg.


In 1954 slaat in één week tijd maar liefst 37 meter duin weg en slinkt die afstand tot 50 meter. In 1956 neemt Rijkswaterstaat maatreglelen in de vorm van zinkstukken en strandhoofden en wordt de voet van het duin verstevigd met asfalt en beton.


Dat lijkt lange tijd genoeg, maar wanneer het in de jaren negentig wederom zorgelijk wordt, wordt besloten tot de aanleg van een 550 meter lange strekdam. Het "vangen" van zand werkt uitstekend. Anno 2014 wordt de toren door een brede zandvlakte van de zee gescheiden.


Spraakmakend is de roze kleur en schilderbeurt in 1996. Het pigment van de rode verf is niet in orde, waardoor de toren onder in rap tempo onder invloed van zon en wind van kleur verschiet en zuurstokroze wordt. In 2004 wordt deze "vergissing" rechtgezet. Een speciale weersbestendige coating moet ervoor zorgen dat de verf zo'n vijftien jaar meegaat.


Het lichtpunt zit op 53 meter boven N.A.P.. Er zit een 2000w Philips gasontlading-metaaldamp-lamp in waarin kwik is verwerkt, een kwikdamp-lamp. De lichtsterkte is 2,85 miljoen candela. Het licht flitst tweemaal per 10 seconden. Het licht wordt gebundeld door fresnell-lenzen, opgebouwd uit concentrisch opgestelde glazen ringen. Er zijn standaard twee reservelampen gemonteerd die (een voor een) automatisch gestart worden als de hoofdlamp ermee ophoudt.


In 2003 gaat vuurtorenwachter Frans Dreeessens met pensioen. Sindsdien is de toren onbemand en zijn de wachters van de Brandaris op Terschelling belast met het toezicht op de hele westelijke Waddenzee.


Sinds 2009 is de vuurtoren open voor publiek. Stichting Texels Museum, de eigenaar van Ecomare, Kaap Skil en de Oudheidkamer, zorgt voor de exploitatie. De bezoekers kunnen de toren niet alleen beklimmen, een tentoonstelling op de verdiepingen doet verslag van de roerige geschiedenis van het 150 jaar oude baken.


En deze mensen staan vast niet stil bij de geschiedenis van de vuurtoren. Het strand bij de vuurtoren is een geliefd plekje om te vertoeven. Het strand is er breed en daardoor is er veel ruimte om o.a. te wandelen, te spelen, te vliegeren en te strandzeilen.
Maar je kunt er ook gewoon lekker luieren in het zand en daarbij hoef je niet bang te zijn dat je tenen bij de buren in de nek liggen.

Texel, Oudeschild

Woensdag 10 September 2014 om 13:30

Ik heb nog twee series van Texel te gaan en die wil ik toch nog plaatsen. Behalve dat ik het leuk vind om foto's aan anderen te laten zien is mijn weblog ook vooral een logboek voor mijzelf. Zoals ik al eerder stelde: "Ik heb geen fotografisch geheugen en o.a. daarom fotografeer ik".

In de vakantie bezochten we op vrijdag Oudeschild.


Er was markt en er was muziek. Het was daar gezellig toeven.


Een man en vrouw op 't Leugenbankje". Een leugenbankje is de plek waar sterke verhalen en poëzie van de visserman en zijn vak samenkomen. Na een korte observatie concludeerde ik dat dit een echtpaar was. En misschien waren ze al zestig jaar samen. Zullen er dan nog veel sterke verhalen en poëzie uitgewisseld worden?


Op vrijdag komen er viskotters terug naar hun thuishaven.


Aan wal staat een visser in ruste. Nadat hij geholpen heeft met het afmeren, stapte hij aan boord en nam ongetwijfeld met de mannen door hoe de visvangst was.


Als je vanaf de veerboot "neerkijkt" op de kotters dan lijken het maar kleine schepen. Vanaf de kade echter is goed te zien hoe groot kotters zijn. Het afmeren is zichtbaar zwaar werk.


Zodra ze zijn afgemeerd beginnen ze met het afleveren van de vangst en met het herstellen van de netten.






Nadat we een tijd bij de werkende mannen hadden staan kijken, liepen we naar het havenhoofd. Mooi gezicht met de verschillende kleuren kotters op een rij.


Schepen met toeristen voeren uit. Ze gingen garnalen vissen en zeehonden kijken op de Waddenzee.


Men kon ook een tocht maken met een snelle rubberboot. Geef mij maar een tochtje met het zeilschip zoals op de voorgrond.


We hadden de verrekijker in de auto laten liggen, niet handig. Als alternatief bood ik mijn eega de Sony met sterke zoom aan. Met deze camera speurde hij de Waddenzee af op zoek naar zeehonden.


Er was geen zeehond te bekennen en hij liet zijn camera weer zakken. Even later keek hij de haven in en zag in een flits iets drijven. "Hé, wat drijft daar?", riep hij nog en greep zijn Sony, maar hij was te laat. Mijn reactie was sneller en met de Canon spiegelreflex maakte ik snel een foto.
Het was dus een zeehond, die even boven was geweest en toen weer onderdook. We hebben een tijd gewacht totdat het beestje weer boven zou komen om adem te halen. Maar helaas we hebben hem niet meer gezien. Ik heb de zeehond uitgesneden en op de foto geplaastst zodat wat beter is te zien dat het een zeehond is.


Het gaat de laatste jaren goed met de zeehondenstand in De Waddenzee. We hebben nu een nieuw probleem, de opvangcentra voor zeehonden zijn overvol. Hoofd ecosystemen Jakob Asjes van Imares vindt dat Nederland überhaupt moeten stoppen met oplappen en terugzetten van zieke zeehonden. “Je heft er natuurlijke selectie mee op, waardoor de populatie als geheel zwakker wordt.
In dit artikel kun je er meer over lezen. Toevallig dat ik net een artikel over de zeehond las op Natuurbericht

Texel, De Slufter

Zaterdag 30 Augustus 2014 om 17:14

Tijdens onze vakantie maakten we een wandeling in De Slufter. Dit prachtige natuurgebied is ontstaan door dijkdoorbraken en onder invloed van getijden. Omdat we van plan waren een fikse wandeling naar de zee te maken en omdat het hard waaide besloot ik om mijn Canon 5D thuis te laten en te kiezen voor de compacte Sony Cybershot.


De Slufter is een uniek gebied, doordat het in open verbinding staat met de Noordzee. Na een aantal mislukte pogingen om er een landbouwpolder van te maken, werd aan het begin van de 20e eeuw besloten het zeegat open te laten.


Bij vloed loopt het zeewater van de Noordzee tot achter de duinen.


De vloed zorgt voor de aanwas van veel kleine dieren en voedingsstoffen. Bij eb vormt het slib van het zeewater rustige poelen en een krekenstelsel. Er ontstaat een rijke vegetatie die op zijn beurt een trekpleister is voor grote aantallen vogels. Het grootste deel van De Slufter wordt als vogelreservaat beheerd; alleen het zuidelijke gedeelte is vrij toegankelijk.


In het noordelijke stuk broeden veel vogels, zoals eidereend, bergeend en kluut. Daarnaast is natuurgebied De Slufter een foerageer- en rustplaats voor de lepelaarskolonie van het aangrenzende natuurgebied De Muy. Ook de bruine en de blauwe kiekendieven, de aalscholvers, de rietzangers vinden hier hun eten. In de Sluftergeul leven zeedieren als krabben, garnalen en platvis.


De Slufter wordt beweid door schapen, die door het eten van de kwelderplanten bij voorbaat al gezouten zijn. Kenmerkend voor De Slufter is de kweldervegetatie met planten als zoutmelde, zeekraal, de geurige zeealsem en het lamsoor, waarvan de bloemen in de zomer het hele gebied paars kleuren.
Onderstaande foto is gemaakt tijdens de vakantie vorig jaar. We waren toen acht dagen later in De Slufter dan dit jaar. De lamsoor bloeide toen nog volop, terwijl dit jaar de lamsoor nagenoeg was uitgebloeid.


Dichtbij de Noordzee bleven we een tijdje staan bij een brede geul. Het werd eb en het water kolkte terug naar de zee. In het midden van de geul leek het diep en de stroming was zeer sterk. Het leek me dat je niet in het water moest vallen, want dan zou je het niet winnen van de sterke stroming.


Terwijl ik al fotograferend door de zoeker keer, verscheen er plotseling een viervoeter in beeld.


Deze jongen liep over de rand en trapte met zijn linker voet steeds een stukje van de rand af. Eén verkeerde stap en hij zou in het kolkende water belandden. Deze jongen heeft een leeftijd waarbij hij de gevaren niet overziet. Zijn vader, die toekeek had volgens mij wijzer moeten zijn. Ach, misschien zie ik wel teveel gevaren in het leven ...


Eenmaal aangekomen op het strand zagen we een dreigende lucht aankomen.


Gelukkig had ik een plastic draagzak mee waar de camera in zou kunnen en voor de rest rekenden we erop dat we een dikke regenbui over ons heen zouden krijgen.


We begonnen snel aan onze terugtocht.


Wonder boven wonder schampte de bui langs ons en kregen we uiteindelijk maar tien druppels regen.


Aan het einde van onze wandeling zagen we dit tafereeltje. Moeders kon roepen wat ze wilde, maar hij bleef in het water.


Uiteindelijk moest ze het mannetje bij de arm pakken om hem op het droge te krijgen. Ze glimlachte wel om deze actie of ze verbloemde haar boosheid omdat er veel publiek bij stond.

Texel, bierbrouwerij en schapen scheren

Maandag 25 Augustus 2014 om 13:42

We komen al jaren frequent op Texel, echter de Texelse bierbrouwerij hadden we nog nooit bezocht. Dit jaar moest het er toch maar eens van komen. Reserveren is noodzakelijk en dat kan via internet. Er moet dan wel gelijk online betaald worden anders is de reservering niet geldig.
De Texelse bierbrouwerij is gevestigd in een voormalig melkfabriek.


Wat heeft een bierbrouwerij te maken met schapen scheren (zie titel) ? Helemaal niets. Maar terwijl wij op het zonovergoten terras zaten te wachten op de rondleiding was er naast het terras een demonstratie schapen scheren. Het leek me rijkelijk laat om de schapen aan het eind van de zomer nog te scheren.
Ik maakte er enkele foto's van en o.a. die foto's gebruikte ik bij de tekst over de historie van de bierbrouwerij.


De eerste brouwmeester van de brouwerij was bouwvakker Harry Bonne. Het heette toen nog de Tesselse Bierbrouwerij. Harry hield zich sinds 1985 al bezig met thuisbrouwen toen hij in 1994, samen met vrienden en bekenden, het idee oppakte om een eigen brouwerij op te richten. De brouwerij was gesitueerd in een gedeelte van de voormalige zuivelfabriek. De brouwerij werd ingericht met apparatuur dat afkomstig was uit de zuivelindustrie en bestond uit een kleine roestvrijstalen brouwketel en twee tanks (één voor de gisting en één voor de klaring). Op 25 juni 1994 werd de brouwerij feestelijk geopend.
Begin 1998 bleek dat Harry Bonne en zijn vrouw Corry de brouwerij niet rendabel konden maken. Er moest of flink worden uitgebreid, of ze zouden moeten terugkeren naar brouwen in hobbysfeer. De huur(verhoging) zou deze hobby op de bestaande locatie te duur maken. Een grootschalige uitbreiding genoot ook niet de voorkeur gezien het feit dat Harry en Corry tevens eigenaar waren van een metselbedrijf. Het sluiten van de brouwerij was het meest voor de hand liggend. Het hoofdstuk van de Tesselse Bierbrouwerij werd gesloten tegen het einde van 1998.


Een nieuwe eigenaar werd in 1999 gezocht en gevonden in de persoon van Jaap van der Weide (1961), geboren in Groningen, afkomstig uit de wereld van de informatica. Jaap pakte het voortvarend aan en blies de brouwerij professioneel nieuw leven in, op dezelfde plaats. Op 1 mei 1999 werd de brouwerij heropend en was de herstart een feit. Ook de naam wijzigde van de Tesselse Bierbrouwerij naar de Texelse Bierbrouwerij. Aangezien de nieuwe eigenaar de roerstok niet zelf kon en wilde hanteren werd Nico Derks (voorheen Brouwerij Sint Martinus te Groningen en B.V. Utrechtse Stoombierbrouwerij te Utrecht, naar Texel gehaald. Hij werd bijgestaan door Tom Noij, afkomstig van de Boxtelse MAS met een half jaar ervaring bij de Maasland Brouwerij in Oss. Jaap van der Weide beperkte zich tot de financiën en de marketing van de brouwerij. In de loop van 1999 kreeg Nico Derks ook hulp van Joscha Schoots, die tot die tijd werkzaam was bij de Utrechtse Stoombierbrouwerij.


De Texelse Bierbrouwerij ging in 1999 met tien branchegenoten uit Nederland, België en Duitsland een samenwerkingsverband aan. Dit kwam vooral tot uiting in de gezamenlijke verkoop via AB&C (Astein & Bier&Co) die de verkoop in heel Nederland, met uitzondering van het Noorden van Noord-Holland en Texel, aan de groothandels en slijterij-ketens verzorgden. Tevens werden dat jaar drie nieuwe 10 hectoliter tanks in gebruik genomen, waarmee de productiecapaciteit steeg naar 25 hectoliter per week. In 1999 werd er op jaarbasis 400 hectoliter gebrouwen.


In de loop van 2000 trok Joscha Schoots zich terug uit de brouwerij omdat hij zijn nieuwe rol, door de aanschaf van de nieuwe bottelmachine, niet meer uitdagend genoeg vond. Er werd zo'n 1.000 hectoliter gebrouwen in 2001 en 2002 met zes fulltime medewerkers. Maurice Diks en Wiebe de Boer werden aangetrokken. Om aan de toenemende vraag te kunnen voldoen vergrootte de Texelse Bierbrouwerij in 2001 haar werkruimtes van 200 m2 naar 1400 m2. Zo nam de Texelse Bierbrouwerij een nieuwe bottellijn aan de voorkant van de voormalige melkfabriek in gebruik. Sinds januari 2001 worden hier de 30 cl en 75 cl flessen en kruiken afgevuld, voorzien van een kroonkurk en geëtiketteerd. De capaciteit van de bottellijn bedraagt maximaal 5000 flessen per uur. Naast de flessen worden er ook fusten (20 liter) halfautomatisch gereinigd en afgevuld met een capaciteit van 200 fusten per dag. In september 2001 werd het nieuwe koperen brouwhuis van 40 hectoliter in gebruik genomen en hier hanteert brouwmeester Maurice Diks nu de Texelse Roerstok. Per keer zal er 20 hectoliter worden gebrouwen met door de duinen gezuiverd water.


Na het vertrek van Nico, die op Texel een ambachtcentrum begon, trad Harrie J. Vermeer op 1 februari 2002 in dienst als brouwmeester. Harrie Vermeer heeft 20 jaar ervaring bij onder andere Brouwerij de Koningshoeven in Tilburg. In 2002 hoopte de brouwerij uit te komen op 2000 tot 2500 hectoliter en waren er zeven medewerkers in dienst, waaronder twee verkopers.


Toen Diks en zijn compagnons de brouwerij op 10 mei 2004 overnamen, was het volgens Diks zelfs "Op sterven na dood". Hij was op dat moment al vier jaar bedrijfsleider. "Als bedrijfsleider had ik financieel inzicht en wist ik dat het bedrijf bestaansrecht had. De cruciale fout die steeds was gemaakt, was dat er heel hard was gewerkt om het bier aan de vaste wal af te zetten, terwijl we op het eiland nog lang niet klaar waren. Daarom hebben we ons eerst heel intensief met de Texelse markt beziggehouden. Resultaat is dat we nu het vertrouwen terug hebben en bijna alle horecazaken ons bier verkopen. Van de de slijterijen en supermarkten is dat zelfs 100 procent. Dat is goed te merken aan de afzet. In 2004 hadden we al een jaarproductie van 1.000 hectoliter, tegen 800 het jaar ervoor en dat terwijl we ons helemaal hadden teruggetrokken van de vaste wal. In 2005 is onze productie zelfs verdubbeld. Daarvan hebben we ook nog 85 procent op Texel verkocht. Ook de vooruitzichten zijn gunstig", volgens Diks. "We hebben de markt mee. Landelijk wordt steeds meer speciaal bier verkocht, nu al tien tot vijftien procent van de hele productie. Vijftien jaar geleden was dat nog maar vier procent." Voor 2006 wordt een groei van 15% verwacht die voor een belangrijk deel te danken zal zijn aan de verkoop aan de overkant. Texels bier is inmiddels te koop in 317 Mitra-slijterijen en dankzij recente afspraken met de keten Mix-Inn komen daar binnenkort nog eens zo’n 118 winkels bij.


"Om het vertrouwen van je afnemers te winnen, moet de kwaliteit onberispelijk en constant zijn. Dat bereik je door het hele productieproces zo goed mogelijk te sturen. Dat lukt je nooit voor 100 procent, want je hebt nu eenmaal te maken met een natuurproduct, maar 99 procent moet het wel zijn. Ik prijs me gelukkig dat ik het vak heb geleerd van een echte brouwer, Harry Vermeer, die twee jaar bij ons heeft gewerkt. Maar je raakt nooit uitgeleerd." Diks weet zich, naast een groepje parttimers voor drukke tijden, gesteund door drie vaste medewerkers.


De brouwer is, logischerwijs, erg zuinig op zijn mensen. Zo pauzeren ze langer dan gemiddeld, om steeds weer fris te kunnen beginnen, en hebben investeringen in het productieproces ervoor gezorgd dat het werk ook fysiek minder zwaar is geworden. "In de oude situatie gingen alle zakken bij het mout storten vijf keer door onze handen, nu is dat nog maar één keer. Bij het afvullen gaat het bier alleen nog in vaten van twintig liter. Alleen voor seizoensbieren hebben we vaten van dertig liter, maar die tillen we dan ook altijd met z’n tweeën. Verder maken we gebruik van karretjes en een kieplift."


Ook het milieu en de omgeving worden zo veel mogelijk gespaard. In de meest letterlijke zin, want om de buren te vriend te houden, heeft Diks besloten de zondagsrust te respecteren en het proeflokaal, dat vorig jaar 10.000 bezoekers trok, op die dag gesloten te houden. De brouwerij hanteert daarnaast vooral een stringent reinigingsbeleid. "We gebruiken zoveel mogelijk biologisch afbreekbare producten en water wordt zoveel mogelijk gerecycled. Water dat gebruikt is om te koelen, is niet geschikt voor het product zelf, maar je kunt er heel goed mee schoonmaken. In mijn eerste twee jaar hadden we 24 liter water nodig om 1 liter bier te maken. In de twee jaar erop was dat nog 18 en nu hebben we niet meer dan 9 liter nodig. Niemand hoeft ons te zeggen dat we dat moeten doen. We doen dat vanuit onze maatschappelijke betrokkenheid. Maar het bespaart natuurlijk ook kosten". De Texelse Bierbrouwerij produceert zeven soorten bieren, waarbij - naast water, gist en hop - uitsluitend gerst van eigen eiland wordt gebruikt. Zo’n zeventig- tot tachtigduizend kilo. Dat is twaalf tot dertien procent van de totale productie op het eiland. Dat maakt ook de boeren op Texel enthousiast en dat versterkt elkaar weer. In de brouwerij wordt drie keer per week gebrouwen waarbij we zo’n 30 hectoliter per brouwsel brouwen. Dat komt op ongeveer 5.000 hectoliter per jaar tegen 3.000 hectoliter in 2009! Dat geeft de groei dus wel aan.


“Wij denken nu echt pas in het beginstadium te zitten van de groei van onze brouwerij. Het is leuk om te zien dat in Noord-Holland het enthousiasme voor onze bieren groeit. Dat biedt toekomst. Met onze complete bierlijn kunnen café’s naast hun huispils nu een heel onderscheidend assortiment aan ambachtelijke bieren aanbieden. En daarbij is de kwaliteit uiteraard 100% gewaarborgd!” Voor de komende jaren dromen we met het hele team rustig verder besluit Maurice Diks lachend!


Begin 2013 vertrok de boot met vier nieuwe gisttanks van elk 13.500 liter naar Texel. De uitbreiding is hard nodig om aan de toenemende vraag uit binnen- en buitenland te voldoen. Aan de bestelling van de vier tanks is een lang proces vooraf gegaan. En er zit nog meer in het vat. Want in totaal zal de Texelse Bierbrouwerij maar liefst 10 van deze gisttanks plaatsen.
Bron: internet.


Uit bovenstaand verhaal bljkt wel dat marketing een essentieel is bij de verkoop van een goed product. Als je op Texel een biertje besteld wordt er altijd gevraagd of dat een Texels biertje moet zijn. Daarbij kun je ook nog kiezen uit bieren met namen die tot de verbeelding spreken bijvoorbeeld Skuumkoppe, Springtij en Noorderwiend. Dan ga je toch vanzelf kiezen voor dit lokale bier. Als je op vakantie bent in Frankrijk drink je immers ook een lokale Franse wijn.


Na de rondleiding kregen de gasten een plankje met vier soorten bier om te proeven. Tot slot ontving iedere gast een echt Texels bierglas.


En dat smaakt naar meer. Proost!
Naast ons aan de picknicktafel zaten twee jonge jongens, ik mocht hun bier en handen gebruiken voor de foto. ;-)


Sinds enige tijd ben ik in het bezit van een Canon 5D mark 3. De camera bevalt me uitstekend. Eén van de voordelen van deze camera is dat je kunt fotograferen met een hoge ISO waarde zodat je geen flitslicht hoeft te gebruiken. Bij de meeste foto's binnen gebruikte ik een ISO van 2000. Bij de vijfde foto in deze serie had ik zelfs een ISO van 5000. Het diafragma hield ik bij die foto aan de hoge kant (F 16). De sluitertijd was 1/10 en dat kon nog net uit de hand, mede omdat er geen bewegende onderwerpen aanwezig waren . Nu weet ik dat het diafragma een flink stuk lager kan om toch nog een acceptabele scherpt/diepte te krijgen. Doordat het diafragmagetal naar beneden kan en daardoor de sluitertijd korter wordt, kan de ISO naar beneden. Ik was wel aangenaam verrast dat bij een ISO van 5000 geen ruis te zien is op de foto.

Volgende 5